|
|
|
|
|
|
|
|
FamilieconstellatiesIn het uiterste zuiden van Nederland, ergens tussen de glooiende heuvels van Limburg, heb ik iets zeer merkwaardigs beleefd. Ik heb er mijn vader die al meer dan 30 jaar dood is, plat voorovergebogen op de grond liggend, zien brullen van het huilen. Ik kijk het even aan en begin dan zelf ook te snikken. Voor het eerst in mijn leven realiseer ik me dat mijn vader, een van de meest autoritaire mensen die ik in mijn leven heb gekend, ook een kind is geweest. Een kind dat op zijn veertiende jaar zijn eigen vader, mijn grootvader dus, moest missen omdat die binnen enkele maanden aan kanker stierf. M’n vader, die harde, naar mijn gevoel te vaak onrechtvaardige man, is een kind geweest. Een kind met verdriet, een jongetje dat plotseling van school afmoest om voor z’n moeder en jongere broertjes en zusjes te zorgen. Ik vind het een beetje moeilijk om dit te vertellen, maar om u goed uit te leggen waarom het hier ging, doe ik het toch maar. Ik heb mijn vader het grootste gedeelte van mijn leven verafschuwd en vond dat ik daar alle reden toe had. Hij was, volgens mensen die ik later gesproken heb, één van de beste redacteuren van een landelijk dagblad, maar liet die baan plotseling in de steek om, onder leiding van een uiterst twijfelachtige goeroe, natuurgenezer te worden. Zodanig ging hij op in zijn werk en de zich voor God uitgevende goeroe, dat hij uiteindelijk besloot z’n gezin – vrouw, drie kinderen en een vierde op komst – er voor in de steek te laten. Fundamentalistisch christendom Na een jaar of twee had hij berouw, keerde terug en begon ons volgens de onverbiddelijke deugden van het fundamentalistisch christendom op te voeden. Streng, plichtsgetrouw en, volgens mij, zeer hardvochtig. Kort nadat hij terugkwam zat ik als zesjarig jongetje op zijn knie en betastte vrijmoedig dat grote mannenoor, daar vlak voor mijn ogen. Hij duwde mijn hand weg en zei: ‘Je komt nooit aan het oor van grote mensen.’ Van dat moment af was hij alleen nog maar een grote, afstandelijke man voor me. Om die afstand nog wat duidelijker te maken zei hij op m’n twaalfde tegen me: ‘Nu kussen we elkaar niet meer; we geven elkaar alleen nog maar een hand’. Ik kwam hem n.l. iedere avond voor het slapengaan verplicht een kus brengen en dat werd dan nu een hand. Die grote, koude man lag daar als een kind te huilen en ik snikte met hem mee. Vreemd verhaal, zult u zeggen. Het IS ook een vreemd verhaal. We beleefden het met z’n twintigen tijdens een twee dagen durende workshop van Ineke van Keulen in een ruimte in het zeer Limburgse dorpje Mechelen. Ineke leidt sinds geruime tijd familieopstellingen volgens het systeem van de Duitse ex priester en psychotherapeut Bert Hellinger. Het komt er op neer dat je niet met je hoofd, maar met je hart nagaat wat er nou echt goed mis is met je leven. Als er helemaal niets mis is moet u dus vooral niet aan een familieconstellatie meedoen! Ik heb de neiging om me te pas – en zelfs wel eens te onpas - schuldig te voelen. Ik drukte dit uit door te zeggen dat ‘ik het gevoel had er eigenlijk niet te mogen zijn.’ Het leek trouwens wel of we daar met zijn twintigen aan leden. Het ‘wetende veld’ Ineke vroeg me dat gevoel ‘te laten zakken’, d.w.z. het in je diepste wezen te laten doordringen. En toen moest ik plaatsvervangers voor mijn vader, mijn moeder en mezelf opstellen in die lichte zaal, vlak naast het mooie, oude vakwerkhuis van Ineke en haar man Herman. Ik vroeg een grote, bebaarde man de positie van mijn vader in te nemen en zette hem helemaal vooraan. (Pas terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat m’n vader jaren lang een baard heeft gedragen). M’n moeder kreeg een zorgend plaatsje achter hem, waar ze, even bang als liefhebbend, tegen zijn rug aankeek. De bedeesde man die ik had gevraagd mijn positie in te nemen kwam daar weer achter te staan, toch eigenlijk wel erg onopgemerkt door vader en moeder. Mijn vader keek stoïcijns – naar mijn gevoel onverschillig -naar buiten. Mijn moeder keek afwachtend naar zijn rug en de man die tijdelijk ‘mij’ was stond bijna onzichtbaar te wezen. Ineke ging in het gezichtsveld van mijn vader staan en vroeg hem of daar iets of iemand was. Mijn vader begon te wankelen en wist met moeite uit te brengen dat hij ZIJN vader voor zich zag. Ineke vroeg me rustig, bijna zakelijk iemand te zoeken om de positie van m’n grootvader in te nemen. Hij ging tegenover mijn vader staan en van dat moment af begonnen in die ruime, maar toch intieme zaal in Zuid-Limburg de geheimzinnige krachten te werken, die Hellinger ‘het wetende veld’noemt. Er ontstond een dialoog tussen vader en grootvader die ik me niet meer precies herinner. Maar wel voelde ik plotseling het diepe verdriet van m’n vader – dat jongetje van 14 jaar – dat zo wreed en plotseling zijn vader moest missen. Hij zakte langzaam door z’n knieën legde uiteindelijk zijn hoofd op de grond en huilde, huilde, huilde. Beginnend evenwicht Ik kan u niet precies vertellen wat er verder gebeurde. Het is te persoonlijk. Maar wel waag ik het te zeggen dat ik een gevoel van een beginnend evenwicht in een verstoorde familierelatie bespeur. U zult zich afvragen wat met ‘het wetende veld’ bedoeld wordt. Het is de geheimzinnige, intuïtieve kennis die de plaatsvervangers van vaders, moeders, overgrootvaders, ooms, tantes en natuurlijk van de ‘ik’ blijken te bezitten. Zij voelen dramatisch juist en soms dramatisch pijnlijk de familieomstandigheden aan van degene die ze gevraagd heeft zich in de constellatie op te stellen.En niet alleen voelen ze die aan, ze uiten die ook. De bebaarde man die mijn vaders positie innam was radeloos van verdriet. Ik stond in de loop van die twee dagen tegenover een jong meisje, dat de positie innam van een incestslachtoffer. Het geheim van haar verpeste leven was enkele minuten daarvoor ontdekt.Haar gezicht was één bittere klacht, maar een uur later was ze opnieuw de vrolijke vrouw die voor onze koffie en thee zorgde. Er gebeurt van alles aan prachtigs en verschrikkelijks tussen de mensen die zich op een bepaald moment ‘in het wetende veld’ bevinden. Hellinger noemt het ‘de bewegingen van de ziel’. En altijd draait hun gezamenlijk ‘weten’ uit op het in evenwicht brengen van een verstoorde familierelatie. Voor die verstoring, ‘verstrikking’noemt Hellinger het, kunnen vele redenen zijn. Een familielid heeft in een ver verleden een moord gepleegd. Op grond daarvan is hij uit de familie verbannen. ‘Maar’, zegt Hellinger, ‘niemand mag uit de familie worden verbannen, want het evenwicht wordt er door verstoord.’ Voor een kleinkind kan die verbanning een reden zijn voor op zichzelf onverklaarbare zelfmoordneigingen. Tijdens een familieopstelling kan de moordenaar tegenover dat kleinkind komen te staan. Intuïtief vinden ze de woorden die nodig zijn om de verstrikking te ontwarren. Het komt er altijd op neer dat een ieder in de familie de verantwoordelijkheid op zich neemt voor zijn daden. Volgens Hellinger hebben we n.l. de neiging om uit liefde voor de familie onbewust het lot van onze voorouders te dragen. Rituele zinnen Als eenmaal duidelijk wordt wat er aan de hand is worden er bijna rituele zinnen tussen de ‘plaatsvervangers’gewisseld. Een moeder tegenover haar gestorven baby: ‘Toen je doodging heb ik je willen volgen.’ En tegenover haar man: ‘Ik was er niet voor je omdat ik weg wilde uit het leven’. Niemand is er altijd voor iedereen in zijn familie geweest. Dat kan ook niet. Maar de onbestemde schuldgevoelens, het vage verdriet, de redeloze woede die er het gevolg van zijn kunnen worden opgelost, dankzij het aangrijpende gebeuren in ‘het wetende veld’. Schuld, verdriet en pijn kunnen dan worden uitgesproken. ‘Ik neem de verantwoordelijkheid op me. Je hoeft die niet voor mij te dragen’, zegt een vader of moeder. ‘Ik ben alleen maar je dochter en ik geef de last die ik voor je droeg terug’, zegt het kind. Het klinkt ritueel, bijna onpersoonlijk, maar de energie die er door wordt opgewekt doet zijn werk. Hellinger geeft toe niet te weten hoe het komt dat mensen die in een familieconstellatie zijn opgesteld snel op de hoogte blijken te komen van familierelaties en zelfs familiegeheimen. In het dagelijks leven bestaat die kennis trouwens evenzeer. Een moeder zit met een diepslapend kind op schoot met een psychotherapeut te praten. Op het moment dat zij, zonder haar stem te verheffen, over haar man spreekt die haar geregeld mishandelt, begint het kind, plotseling wakker, onbedaarlijk te huilen. Het kind kan nog niets eens praten…maar het weet! Nu moet u niet denken dat het de bedoeling is na zo’n workshop breeduit te gaan vertellen wat u er hebt meegemaakt. Het tegenovergestelde zelfs. Ineke raadt aan het minstens een maand lang zorgvuldig voor je te houden. Waarom ik er dan toch over praat? Ik was speciaal naar Zuid Limburg gereisd om u uit de eerste hand iets over familieconstellaties te kunnen vertellen en het enige, echte verhaal is dit. In één van haar boeken zegt Elisabeth Kübler-Ross dat het geen kwaad kan je in het leven kwetsbaar op te stellen. Dat hopen we dan maar. Joost de Ruiter |
| Centrum voor Systemische Opstellingen en Consultatie Zuid Limburg |
|
| Bommerigerweg 30, 6281 BT Mechelen(L), 043-4553446 (Bij voorkeur bellen ma t/m do tussen 9.00 en 10.00 uur) opstellingen@hofvanbommerig.nl |